ECLI:NL:RVS:2025:1378
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De vreemdeling had bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 21 november 2024 werd afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 7 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld. De voorzieningenrechter concludeerde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, omdat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel was gekomen. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan op 31 maart 2025 door voorzieningenrechter C.M. Wissels.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.