ECLI:NL:RVS:2025:1380
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 5 juli 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 februari 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, aangezien het hogerberoepschrift geen nieuwe relevante vragen bevatte.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.