ECLI:NL:RVS:2025:139
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring en proceskostenvergoeding vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 14 november 2024 in bewaring, maar hief deze maatregel dezelfde dag op en bood een schadevergoeding van €100 en een proceskostenvergoeding van €875 aan. De vreemdeling handhaafde zijn beroep bij de rechtbank Den Haag, stellende recht te hebben op een dubbele schadevergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een hogere schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de bewaring onrechtmatig was opgelegd met het oog op détournement de procédure en eiste een hogere proceskostenvergoeding. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond verklaarde en dat het niet relevant is of de zitting nuttig was geweest voor een aanvullende proceskostenvergoeding. Omdat de minister de bewaring erkende als onrechtmatig en deze ophief, was ambtshalve toetsing niet meer aan de orde.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze geen aanvullende proceskostenveroordeling uitsprak en bepaalde dat de minister geen proceskosten in hoger beroep hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de minister geen aanvullende proceskostenvergoeding hoeft te betalen na onrechtmatige bewaring en aangeboden schadevergoeding.