ECLI:NL:RVS:2025:1402
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 8 december 2024 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 februari 2025 het besluit vernietigde, de vrijheidsontnemende maatregel ophefte en de minister opdroeg binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, tevens werd schadevergoeding toegekend.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van beide partijen en besluit de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak een beslissing heeft genomen op het hoger beroep. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.