ECLI:NL:RVS:2025:1403
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bedrijfsparkeervergunning wegens niet-naleving parkeerverordening Amsterdam
Het hoger beroep betreft de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 april 2023, waarin het beroep van appellant tegen het besluit van 2 maart 2022 ongegrond werd verklaard. Dit besluit handhaafde het besluit van 2 december 2021 tot intrekking van de bedrijfsparkeervergunning.
Appellant woont op een adres in stadsdeel Nieuw-West 2b te Amsterdam, waar volgens de Parkeerverordening 2013 geen bedrijfsparkeervergunningen mogen worden verstrekt. Het college heeft de vergunning ingetrokken omdat appellant niet voldoet aan deze voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat het college de vergunning destijds foutief had verleend en niet op grond van de hardheidsclausule. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat het college de fout mag herstellen. Hoewel appellant nadeel ondervindt, is dit niet voldoende om het besluit als onevenwichtig te beschouwen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bedrijfsparkeervergunning wordt bevestigd.