ECLI:NL:RVS:2025:1570
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Nederlanderschap wegens twijfel identiteit en nationaliteit
Appellant, afkomstig uit Soedan en sinds 2000 in Nederland, verzocht om Nederlanderschap. De staatssecretaris wees dit verzoek af vanwege twijfel aan zijn identiteit en nationaliteit, gebaseerd op een taalanalyse van 2001 die concludeerde dat appellant niet eenduidig tot de Soedanese spraak- en cultuurgemeenschap behoort.
Appellant voerde aan dat de taalanalyse onbetrouwbaar is door taalbarrières en dat hij bewijsnood heeft omdat hij de Soedanese taal is verleerd en geen financiële middelen had voor een contra-expertise. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht op het deskundigenadvies mocht vertrouwen, omdat appellant onvoldoende concrete aanwijzingen gaf voor twijfel aan de zorgvuldigheid van het rapport.
Verder kon appellant niet aannemelijk maken dat hij niet in staat is alsnog een contra-expertise te laten uitvoeren of zijn identiteit met documenten aan te tonen. Het beroep op bewijsnood faalde. Omdat de twijfel aan identiteit en nationaliteit niet werd weggenomen, was afwijzing gerechtvaardigd. Het beroep op het ontbreken van gevaar voor de openbare orde behoefde geen bespreking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het Nederlanderschap bevestigd.