ECLI:NL:RVS:2025:1592
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit kamerverhuur in strijd met bestemmingsplan Schildersbuurt
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen legde op 26 augustus 2021 aan [wederpartij A] en [wederpartij B] een last onder dwangsom op om het gebruik van een pand voor kamerverhuur in strijd met het bestemmingsplan Schildersbuurt te beëindigen. Dit volgde op een handhavingsverzoek en inspectie die aantoonde dat het aantal kamers was uitgebreid van acht naar dertien, wat niet was toegestaan.
De rechtbank Noord-Nederland vernietigde het besluit op bezwaar van het college en oordeelde dat het college onvoldoende had onderzocht of de kamerverhuur op de peildatum legaal en daadwerkelijk aanwezig was. Het college stelde vervolgens dat er acht kamers aanwezig waren op de peildatum van 22 december 2016, niet zeven zoals eerder aangenomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college terecht heeft vastgesteld dat het aantal kamers op de peildatum acht bedroeg en dat de uitbreiding naar dertien kamers in strijd is met het bestemmingsplan en de Wabo. Het hoger beroep van het college tegen de uitspraak van de rechtbank is ongegrond, maar de gronden van de uitspraak worden verbeterd.
Het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van 13 december 2022 wordt ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht wordt geheven. De Afdeling bevestigt daarmee het handhavingsbesluit en de bevoegdheid van het college om op te treden tegen de overtreding.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het beroep van [wederpartij] tegen het nieuwe besluit wordt afgewezen.