ECLI:NL:RVS:2025:1602

Raad van State

Datum uitspraak
2 april 2025
Publicatiedatum
10 april 2025
Zaaknummer
202402089/1/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • G.T.J.M. Jurgens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbSubsidieregeling elektrische personenauto’s particulieren
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na toekenning subsidie elektrische personenauto

Appellant heeft een subsidie van € 2.000,00 aangevraagd op grond van de Subsidieregeling elektrische personenauto’s particulieren. De staatssecretaris wees de aanvraag aanvankelijk af en handhaafde deze afwijzing in het besluit op bezwaar van 24 april 2023. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Overijssel, die het beroep ongegrond verklaarde op 22 maart 2024.

Het hoger beroep richtte zich tegen deze uitspraak. Tijdens het hoger beroep heeft de staatssecretaris het eerdere besluit op bezwaar herzien en met een nieuw besluit van 18 maart 2025 het bezwaar van appellant gegrond verklaard, waarbij de gevraagde subsidie werd toegekend.

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang meer heeft bij de behandeling van het hoger beroep. Daarnaast zijn de aangevoerde gronden over de importeur, fabrikant en wijzigingen door de Dienst Wegverkeer buiten de reikwijdte van het geschil en kunnen deze niet in de procedure worden behandeld. De staatssecretaris heeft toegezegd het betaalde griffierecht te vergoeden, maar hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de subsidie inmiddels is toegekend en appellant geen belang meer heeft.

Uitspraak

202402089/1/A2.
Datum uitspraak: 2 april 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 22 maart 2024 in zaak nr. 23/1110 in het geding tussen:
[appellant]
en
de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: de staatssecretaris).
Openbare zitting gehouden op 2 april 2025 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
staatsraad:    mr. G.T.J.M. Jurgens, voorzitter
griffier:          mr. M. Rijsdijk
jurist:            mr. E.A. Jousma
Verschenen:
de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. drs. P.J. Kooiman.
[appellant] heeft een subsidie van € 2.000,00 aangevraagd op grond van de Subsidieregeling elektrische personenauto’s particulieren. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen en de afwijzing met het besluit op bezwaar van 24 april 2023 gehandhaafd. De rechtbank heeft het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 22 maart 2024 van de rechtbank Overijssel.
Hangende het hoger beroep heeft de staatssecretaris het besluit op bezwaar van 24 april 2023 herzien, het bezwaar van [appellant] met een nieuw besluit van 18 maart 2025 gegrond verklaard en hem de gevraagde subsidie van € 2.000,00 toegekend.
Beslissing
De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Gronden:
De staatssecretaris heeft een nieuw besluit genomen, waarbij aan [appellant] de subsidie van € 2.000,00 is toegekend. Hiermee is de staatssecretaris volledig tegemoetgekomen aan de aanvraag van [appellant]. [appellant] heeft dat ook erkend. Hij heeft daarom geen belang meer bij de behandeling van het hoger beroep.
Wat [appellant] heeft aangevoerd over de importeur en de fabrikant van zijn elektrische auto valt buiten de omvang van dit geschil. Deze gronden gaan namelijk niet over het besluit van de staatssecretaris en kunnen dus niet aan de orde komen in deze procedure. Dit geldt ook voor de wijzigingen die de Dienst Wegverkeer heeft doorgevoerd en de verzoeken die [appellant] in dit verband aan de Afdeling heeft gedaan.
Dit betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is. De Afdeling voegt daaraan nog toe dat de staatssecretaris tijdens de zitting van de Afdeling heeft toegezegd dat hij het door [appellant] betaalde griffierecht in beroep (van € 184,00) en hoger beroep (van € 279,00) zal vergoeden.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Jurgens
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Rijsdijk
griffier
705-1090