ECLI:NL:RVS:2025:162
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing in hoger beroep asielaanvraag Afghanistan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 maart 2024 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 juni 2024 het besluit vernietigde en de zaak terugverwees voor een nieuw besluit. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat uit eerdere jurisprudentie volgt dat vreemdelingen die in een westers land verbleven niet automatisch een reëel risico op ernstige schade lopen bij terugkeer naar Afghanistan. De minister hoeft daarom geen nader onderzoek te doen naar de risico’s voor deze groep. Dit betoog werd gegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor herbeoordeling, waarbij de rechtbank de motivering van de minister over het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade moet toetsen, met bijzondere aandacht voor onbesproken gronden over de Taskera en de Taliban. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, uitspraak rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen voor herbeoordeling.