ECLI:NL:RVS:2025:1628
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank en verwijzing beroep asielaanvraag na afwijzing
Betrokkene diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die op 13 april 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit genomen moest worden met inachtneming van de uitspraak.
De minister van Asiel en Migratie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling en het geconstateerde motiveringsgebrek eenvoudig te herstellen is.
Bij een nieuw besluit van 28 januari 2025 wees de minister de asielaanvraag opnieuw af. Betrokkene maakte hiertegen bezwaar met nieuwe gronden die nog niet door de rechtbank waren beoordeeld. Om verlies van instantie te voorkomen, verwees de Afdeling het beroep tegen dit nieuwe besluit terug naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg.
De Afdeling veroordeelde tevens de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene ten bedrage van €907,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 11 april 2025.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verwijst het beroep tegen het nieuwe afwijzingsbesluit terug naar de rechtbank.