ECLI:NL:RVS:2025:1658
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens veilig derde land Marokko
Appellant, een Libische nationaliteit dragende persoon, diende op 29 juni 2020 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag aanvankelijk af op grond van het ontbreken van een reëel risico bij terugkeer naar Libië. Dit besluit werd later ingetrokken. Vervolgens verklaarde de minister de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het veilig derde land beginsel, waarbij Marokko als veilig derde land werd beschouwd.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, maar appellant stelde in hoger beroep dat de minister het besluit onzorgvuldig had voorbereid door hem niet te horen over de toepassing van het veilig derde land Marokko. De Raad van State oordeelt dat de minister in strijd met het motiverings- en hoor en wederhoorbeginsel heeft gehandeld, omdat appellant niet is gehoord over de beoordeling van Marokko als veilig derde land.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit van 25 januari 2023 en de uitspraak van de rechtbank, en beveelt de minister een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van 25 januari 2023 wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.