ECLI:NL:RVS:2025:167
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling door Raad van State
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 14 december 2024 in bewaring. De vreemdeling voerde hiertegen beroep aan bij de rechtbank Den Haag, die op 27 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, zonder verdere inhoudelijke beoordeling omdat het hoger beroep geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Raad van State ziet ook geen aanleiding om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.