ECLI:NL:RVS:2025:1672
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij besluit van 14 februari 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat appellant niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor geen inhoudelijk oordeel mogelijk is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom eveneens afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier S.P.M. Zwinkels, en uitgesproken in het openbaar op 16 april 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.