ECLI:NL:RVS:2025:1685
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.M. Wissels
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over weigering openbaarmaking zedenzaken op grond van Wob
Appellante verzocht de minister van Justitie en Veiligheid op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten en gegevens over zedenzaken waarbij tot een sepot is overgegaan in de periode 2010 tot het moment van het verzoek. De minister wees het verzoek deels toe en weigerde openbaarmaking van het document 'Handreiking beoordelen zedenzaken' en bepaalde databestanden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het belang van opsporing en bescherming van betrokkenen zwaarder woog dan het belang van openbaarheid. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en tegen het besluit dat de gevraagde gegevens niet in bestaande documenten waren terug te vinden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het document inzicht geeft in de beoordeling van zedenzaken door het OM en dat openbaarmaking daardoor onderzoeken kan frustreren, wat het belang van opsporing rechtvaardigt. Echter, de minister had onvoldoende gemotiveerd waarom bepaalde gegevens niet uit bestaande databestanden konden worden verstrekt zonder nieuwe documenten te vervaardigen. De Afdeling vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij appellante voorafgaand aan dat besluit moet worden gehoord.
Daarnaast werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling en werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd wegens onvoldoende motivering; de minister moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met hoorzitting.