ECLI:NL:RVS:2025:1717
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning dakkapel wegens strijd met redelijke eisen van welstand
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde op 21 maart 2019 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een tweede dakkapel aan de achterzijde van een woning. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit, maar het college stelde het bezwaar opnieuw ongegrond en legde een nieuw besluit voor aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht het negatieve advies van de Welstands- en Monumentencommissie heeft gevolgd, waarin werd gesteld dat de tweede dakkapel de hiërarchie van het dakvlak en de architectonische structuur van het beschermd stadsgezicht aantast. Het college motiveerde dat de tweede dakkapel niet meer als een ondergeschikt element in het dakvlak kan worden gezien en dat de verhouding tussen dakvlak en dakkapel uit balans is.
De appellant voerde aan dat het welstandsadvies onvoldoende zorgvuldig was en dat er vergelijkbare dakkapellen elders waren toegestaan. De Afdeling verwierp deze bezwaren, omdat de situaties niet vergelijkbaar waren en het college voldoende had toegelicht waarom het bouwplan niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de weigering van de omgevingsvergunning. De Afdeling benadrukte dat het overgangsrecht van de Omgevingswet niet van toepassing is omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor de tweede dakkapel wordt ongegrond verklaard.