ECLI:NL:RVS:2025:1753
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vrijheidsontnemende maatregel minister
Op 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aan verzoeker een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 17 december 2024 het beroep gedeeltelijk gegrond verklaarde en de minister opdroeg verzoeker schadeloos te stellen. De minister is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan.
Verzoeker heeft vervolgens bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel. De voorzieningenrechter heeft op 17 april 2025 overwogen dat op die dag op het hoger beroep van de minister is beslist, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet meer nodig is.
Daarom is het verzoek afgewezen en is de minister niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij, in aanwezigheid van griffier S. Nederhoff, en uitgesproken in het openbaar op 17 april 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt afgewezen.