ECLI:NL:RVS:2025:1763
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
Op 9 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag van appellant om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen afgewezen. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 27 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen.
Er zijn geen nieuwe vragen gesteld die rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin vereisen. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.