ECLI:NL:RVS:2025:1774

Raad van State

Datum uitspraak
18 april 2025
Publicatiedatum
18 april 2025
Zaaknummer
202407810/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van besluit tot inhouding verstrekkingen en overplaatsing asielzoeker

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) heeft op 16 februari 2024 besloten de verstrekkingen aan appellant in te houden voor twee weken en hem over te plaatsen naar een time-out locatie in Zutphen. Appellant maakte hiertegen bezwaar, maar de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep op 25 november 2024 ongegrond.

Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.

De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Raad van State op 18 april 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het COa bevestigd.

Uitspraak

202407810/1/V1.
Datum uitspraak: 18 april 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 25 november 2024 in zaak nr. 24/4737 in het geding tussen:
appellant
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa).
Procesverloop
Bij besluit van 16 februari 2024 heeft het COa de verstrekkingen aan appellant krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 voor de duur van twee weken ingehouden en appellant overgeplaatst naar de time-out locatie in Zutphen.
Bij uitspraak van 25 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.G. Wiebes, advocaat in Lelystad, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 7 en 8 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier.
w.g. Essenburg
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Mercelina
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 april 2025
938-1162