ECLI:NL:RVS:2025:1810
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegale exploitatie seksinrichting in Almere
Appellant huurt een woning in Almere die eigendom is van een woningstichting. Naar aanleiding van een anonieme melding over mogelijke illegale prostitutie in die woning, voerden toezichthouders meerdere onderzoeken uit, waaronder observaties, een controle met politie en een internetonderzoek.
Tijdens de controle op 3 maart 2022 werd een Spaanse vrouw aangetroffen die verklaarde in de woning te verblijven en recent klanten te hebben ontvangen. Uit het onderzoek bleek dat zij via een website advertenties plaatste voor prostitutiediensten in Almere en andere plaatsen, en dat er contact was met een man die afspraken regelde en toezicht hield. Er was geen vergunning voor het gebruik van de woning als seksinrichting.
De burgemeester legde appellant een last onder dwangsom op wegens overtreding van de Algemene plaatselijke verordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat er geen bedrijfsmatige prostitutie was en dat slechts één incident onvoldoende is voor handhaving, maar de Raad van State volgde dit niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De Raad van State benadrukte dat de meldingen en waarnemingen op verschillende momenten wijzen op een bedrijfsmatig karakter van de prostitutie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de last onder dwangsom gehandhaafd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wegens illegale exploitatie van een seksinrichting wordt bevestigd.