ECLI:NL:RVS:2025:1821
Raad van State
- Hoger beroep
- N.H. van den Biggelaar
- J. Hoekstra
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onjuiste grondslag vrijstellingsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen verleende op 14 juli 2021 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning op een perceel met bestemming 'Recreatieve doeleinden 2', waarvoor het bestemmingsplan geen woningbouw toestaat. Het college baseerde deze vergunning op een vrijstellingsbesluit uit 2004, dat twaalf bouwkavels mogelijk maakt.
Appellante, wonende nabij het perceel, maakte bezwaar vanwege vrees voor wateroverlast en betoogde dat het vrijstellingsbesluit geen geldige grondslag kon zijn omdat eerder een bouwvergunning op basis van dat besluit was verleend en ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde anders.
De Afdeling stelt dat een vrijstellingsbesluit geen voortdurende werking heeft en na verlening van een bouwvergunning op basis daarvan geen nieuwe vergunning kan worden verleend op dezelfde grondslag. Omdat de eerdere bouwvergunning was ingetrokken, kon het vrijstellingsbesluit niet opnieuw worden ingezet. De Afdeling vernietigt daarom het besluit van 14 juli 2021 en de uitspraak van de rechtbank.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak heeft geen gevolgen voor andere vergunningen die formele rechtskracht hebben.
Uitkomst: Het besluit van 14 juli 2021 tot verlening van de omgevingsvergunning wordt vernietigd wegens onjuiste grondslag.