ECLI:NL:RVS:2025:1854
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
Appellant heeft bij besluit van 9 januari 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en dat eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2025:1642) reeds heeft vastgesteld dat het niet expliciet ingaan op individuele omstandigheden in de Dublinprocedure niet per definitie onzorgvuldig is.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.