ECLI:NL:RVS:2025:186
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
De vreemdelingen hebben tegen besluiten van 17 mei 2024, waarbij hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werden verklaard, beroep ingesteld. De rechtbank verklaarde deze beroepen op 20 december 2024 ongegrond. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet worden uitgezet voordat het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vergt en dat deze procedure zich niet goed leent voor inhoudelijke beoordeling.
Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.