ECLI:NL:RVS:2025:1870
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- W. den Ouden
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en aanvullende schadevergoeding wegens termijnoverschrijding subsidiegeschil
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg waarin het beroep van appellant tegen een besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over een subsidiebedrag en dwangsom werd gegrond verklaard. De rechtbank had het besluit vernietigd en een hoger subsidiebedrag en dwangsom toegekend, evenals een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang meer had bij de inhoudelijke behandeling, nu de minister de terugvordering van te veel betaalde voorschotten had laten vervallen wegens verjaring en de proceskostenvergoeding was toegekend. Wel werd een aanvullende schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursrechtelijke procedure.
De redelijke termijn was met ruim twee jaar overschreden, waarbij een forfaitair bedrag per half jaar werd gehanteerd. Omdat de rechtbank al een schadevergoeding had toegekend, werd nu een aanvullende vergoeding toegekend. De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant had gemaakt in verband met het verzoek om schadevergoeding. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden voor de bestuursrechtelijke procedure zelf.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en een aanvullende schadevergoeding van € 1.000,00 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.