ECLI:NL:RVS:2025:1912
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens onvoldoende motivering tegen niet-behandeling asielaanvraag
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie op 15 januari 2025 niet in behandeling is genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond op 27 maart 2025. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat het hogerberoepschrift niet voldoet aan de wettelijke eisen van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat appellant niet heeft toegelicht op welk punt en waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. De rechtbank had geoordeeld dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en dat appellant en haar kinderen daar dezelfde medische zorg kunnen ontvangen. Appellant stelde in hoger beroep dat Frankrijk geen veilige omgeving is en dat haar zoon gespecialiseerde zorg in Nederland krijgt, maar zij legde niet uit waarom dit de rechtbankuitspraak zou weerleggen.
Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven en verklaart zij het hoger beroep niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door lid van de enkelvoudige kamer H.G. Sevenster op 30 april 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende motivering.