ECLI:NL:RVS:2025:1916
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bestuursdwangkosten wegens termijnoverschrijding
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 28 februari 2024 spoedeisende bestuursdwang op wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijk afval. Op 24 maart 2024 stelde het college dit besluit schriftelijk vast en legde een deel van de kosten (€199,57) aan appellante op.
Appellante maakte op 11 mei 2024 bezwaar tegen het besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar bij besluit van 3 juli 2024 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Appellante stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege persoonlijke omstandigheden, namelijk het ontdekken van een familielid dat haar een andere vader had verzwegen, wat haar verward zou hebben.
De Raad van State oordeelde dat de enkele stelling van verwarring onvoldoende is om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. Er waren geen objectieve gegevens die aantonen dat appellante daardoor niet tijdig bezwaar kon indienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding is ongegrond verklaard.