ECLI:NL:RVS:2025:195
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- M. Soffers
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering gematigde dwangsommen wegens bouw zonder vergunning
Bontrup Exploitatie B.V. en Bontrup Vastgoed en Materieel B.V. voerden hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg die het besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg matigde tot invordering van dwangsommen van € 40.000 per partij. De dwangsommen waren opgelegd wegens het niet staken van bouwwerkzaamheden aan een loods zonder vereiste omgevingsvergunning.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vaststelling van de overtreding door toezichthouders op 10 mei 2019 voldoende was en dat de werkzaamheden daadwerkelijk bouwwerkzaamheden waren die onder de last vielen. De stelling dat slechts voorbereidingswerkzaamheden plaatsvonden werd verworpen. Ook werd geoordeeld dat de dwangsommen terecht zijn verbeurd en invordering gerechtvaardigd is.
Verder werd overwogen dat de gronden tegen de last onder dwangsom niet tot een ander oordeel leiden, omdat geen sprake was van een uitzonderlijk geval waarin de appellanten niet als overtreder konden worden aangemerkt. Ook de hoogte van de dwangsom en de begunstigingstermijn waren naar het oordeel van de Afdeling niet onredelijk.
Ten slotte oordeelde de Afdeling dat bijzondere omstandigheden die tot geheel of gedeeltelijk afzien van invordering zouden moeten leiden, niet aannemelijk waren. De financiële situatie van de appellanten was onvoldoende onderbouwd om een uitzondering te rechtvaardigen. De rechtbank had de invordering gematigd en de Afdeling zag geen reden dit te wijzigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij dwangsommen van € 40.000 per partij worden ingevorderd.