ECLI:NL:RVS:2025:198
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. ten Veen
- J. Gundelach
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen besluit saneringsplan geluidproductieplafonds Noord-Brabant Oost
De minister van Infrastructuur en Waterstaat stelde op 24 november 2021 het saneringsplan 'Noord-Brabant Oost, Fase 1' vast, waarin geluidproductieplafonds langs diverse rijkswegen in Noord-Brabant werden verlaagd. Appellante, eigenaar van een agrarisch perceel nabij de A50 met een bedrijfswoning die als saneringsobject is aangemerkt, stelde beroep in tegen het besluit omdat de minister geen geluidbeperkende maatregelen voor haar woning had getroffen.
Appellante voerde aan dat het belang van een goed woon- en leefklimaat onvoldoende was meegewogen en dat het geluidniveau in de buitenruimte de streefwaarde van 50 dB zou overschrijden, waardoor aanvullende maatregelen noodzakelijk waren. De minister baseerde zijn besluit op het criterium van financiële doelmatigheid zoals opgenomen in artikel 11.29 van de Wet milieubeheer (Wm).
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister het criterium van financiële doelmatigheid correct heeft toegepast en dat de wettelijke regeling geen ruimte laat om in afwijking daarvan niet-doelmatige maatregelen te treffen. Tevens is voor de beoordeling van het saneringsplan niet het geluidniveau in de buitenruimte, maar de geluidsbelasting op de gevel van het saneringsobject bepalend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De Afdeling stelde vast dat de minister op een later moment zal onderzoeken of aanvullende maatregelen nodig zijn om binnenwaarden in de woning te verbeteren, maar dat dit geen onderdeel van de huidige procedure is. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het saneringsplan wordt ongegrond verklaard.