ECLI:NL:RVS:2025:1999
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing buitenbehandelingstelling asielaanvraag tijdelijke bescherming Oekraïne
Betrokkene, een Nigeriaanse nationaliteitdragende derdelander met tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. De minister stelde zijn asielaanvraag buiten behandeling wegens het niet beantwoorden van een vragenformulier. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het vragenformulier geen verzoek om essentiële informatie bevatte zoals vereist door artikel 30c Vw 2000 en artikel 3.45b VV 2000.
De minister ging in hoger beroep maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Afdeling oordeelde dat de minister weliswaar terecht onderscheid maakte tussen derdelanders met tijdelijke verblijfsvergunning en anderen, en dat zij mag starten met behandeling van asielaanvragen voordat tijdelijke bescherming eindigt, maar dat het vragenformulier niet voldoet aan de criteria van een verzoek om informatie die van wezenlijk belang is voor de asielaanvraag.
De Afdeling benadrukte dat het vragenformulier slechts vraagt of de asielprocedure voortgezet moet worden en niet naar feiten of omstandigheden die de asielaanvraag onderbouwen. Hierdoor mag de minister de aanvraag niet buiten behandeling stellen bij uitblijven van antwoord. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de asielaanvraag niet buiten behandeling mag worden gesteld.