ECLI:NL:RVS:2025:2036
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel en regulier
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 november 2022 de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Tevens werd ambtshalve bepaald dat uitzetting achterwege blijft en werd een verblijfsvergunning regulier geweigerd. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 januari 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen, tevens werd schadevergoeding toegekend.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel was gekomen. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat verdere motivering niet nodig was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en wees de vordering tot proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. J.J.W.P. van Gastel op 7 mei 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.