ECLI:NL:RVS:2025:2042
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inzage politiegegevens ter bescherming van derden
De korpschef van politie weigerde appellant inzage te geven in haar politiegegevens uit registratie van 19 november 2021. Dit verzoek werd afgewezen als noodzakelijke en evenredige maatregel ter bescherming van rechten en vrijheden van derden op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet politiegegevens.
Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 juli 2024, die het beroep ongegrond verklaarde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak op 28 april 2025 na mondelinge behandeling.
De Afdeling oordeelde dat het recht van appellant om te weten wat er over haar is geregistreerd niet onbegrensd is. Inzage zou ernstige inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van derden en het is niet mogelijk gegevens af te schermen zonder dat er geen relevante informatie overblijft. Het vermoeden van appellant dat de politie haar meldingen niet serieus neemt, is niet doorslaggevend. Klachtprocedures staan open voor eventuele onvrede over de behandeling van meldingen.
De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt daarmee de belangenafweging tussen het inzagerecht van appellant en de bescherming van derden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van inzage in politiegegevens ter bescherming van derden.