ECLI:NL:RVS:2025:205
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Hoevesteeg 27a wegens onvoldoende zorgvuldigheid en in stand laten rechtsgevolgen
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij tussenuitspraak geoordeeld dat het bestemmingsplan Hoevesteeg 27a te Tonden niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid. De raad had de mogelijke gevolgen van dierziekten en endotoxine-emissies voor de gezondheid van de plattelandswoning onvoldoende betrokken en de effecten van een nabij te realiseren compostvoorziening niet onderzocht.
De raad heeft vervolgens een aanvullende motivering gegeven, inclusief adviezen van de Omgevingsdienst Veluwe, de GGD en De Roever, en een aanvullend geuronderzoek. De raad stelde dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat geen risico's voor omwonenden bestaan. De maatschap betwistte de deugdelijkheid van het geuronderzoek, maar dit betoog werd verworpen omdat het oordeel uit de tussenuitspraak niet zonder uitzonderlijke redenen kan worden herzien.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven, waardoor de woning aan de Hoevesteeg 27a gebruikt mag worden als plattelandswoning. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, met uitzondering van kosten voor een geluidsrapport dat eerder was afgewezen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de gemeente wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.