ECLI:NL:RVS:2025:2101
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake toegang en vrijheidsontneming vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie weigerde betrokkene de toegang tot Nederland en legde hem een vrijheidsontnemende maatregel op. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was vanwege de detentieomstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol, en beval opheffing van de maatregel met schadevergoeding.
De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State, die de uitspraak van de rechtbank vernietigde. De Raad oordeelde dat de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol de eerdere maatregel niet onrechtmatig maakten en dat de opvolgende maatregel niet onevenredig bezwarend was.
De Raad beoordeelde verder dat betrokkene geen vaste woon- of verblijfplaats had en dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld met vertrekgesprekken en het aanvragen van een laissez-passer. Ook was de motivering van de minister omtrent het niet toepassen van een lichter middel voldoende, mede gelet op de medische zorg die betrokkene kon ontvangen.
De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, maar verklaarde het beroep van betrokkene alsnog ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.