ECLI:NL:RVS:2025:2141
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wegslepen auto wegens parkeerverbod tijdens werkzaamheden laadpalen
Appellant maakte bezwaar tegen het wegslepen van zijn auto in de Dwingelostraat te Den Haag, omdat hij stelde dat het verkeersbord dat het parkeerverbod aangaf niet aanwezig was op het moment van parkeren. De rechtbank wees het bezwaar af en appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de enkele stelling van appellant onvoldoende was om te twijfelen aan de aanwezigheid van het verkeersbord E4 met onderbord, dat op 11 september 2023 was geplaatst. Uit het proces-verbaal van de buitengewoon opsporingsambtenaar bleek dat op 20 september 2023 een parkeerverbod gold vanwege geplande werkzaamheden voor de bekabeling van laadpalen en dat de auto van appellant in de weg stond.
Het college was daarom bevoegd de auto weg te slepen en in bewaring te nemen. Het feit dat niet alle auto's in de straat werden weggesleept, vormde geen aanwijzing dat het wegslepen van de auto van appellant niet noodzakelijk was. Appellant ontving een kennisgeving van het wegslepen en de bewaring, en de kosten hiervan mochten in rekening worden gebracht. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden, maar bood hulp aan bij het indienen van een verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat het college bevoegd was de auto weg te slepen en in bewaring te nemen vanwege het geldende parkeerverbod.