ECLI:NL:RVS:2025:2169
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens ondeugdelijke motivering omgevingsvergunning parkeergelegenheid
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 16 juli 2021 een omgevingsvergunning aan de vergunninghouder voor het transformeren van een monumentaal bedrijfspand tot vier appartementen. Appellant, wonend nabij het perceel, maakte bezwaar vanwege vrees voor nadelige parkeergevolgen. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in januari 2023, ondanks een ondeugdelijke motivering over parkeereisen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de rechtbank ten onrechte artikel 6:22 van Pro de Awb toepaste om het motiveringsgebrek te passeren, terwijl herstel van het gebrek een actie van het college vereiste. Daarom vernietigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar van het college.
De Afdeling onderzoekt vervolgens of de rechtsgevolgen van het besluit in stand kunnen blijven. Het college heeft een nadere motivering en herberekening van de parkeereis gegeven, waarbij het paraplubestemmingsplan en de parkeernota correct zijn toegepast. De Afdeling oordeelt dat het bouwplan voorziet in voldoende autoparkeergelegenheid en dat het fietsparkeerbeleid conform het Bouwbesluit en parkeernota is.
Appellant kon onvoldoende onderbouwen dat de parkeernorm voor de bestaande situatie onjuist was bepaald. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.