ECLI:NL:RVS:2025:218
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep inzake praktijkovereenkomst
Appellant stelde op 12 januari 2024 schriftelijke vragen over de praktijkovereenkomst (POK) aan de domeinleider van het Da Vinci College. De domeinleider bood aan de vragen mondeling te beantwoorden, maar weigerde een schriftelijke reactie vanwege de complexiteit en hoeveelheid vragen. Hiertegen stelde appellant op 6 september 2024 beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Op 17 september 2024 verstrekte het college van bestuur alsnog schriftelijke antwoorden, waarna appellant op 26 september 2024 het beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding. Het college van bestuur betoogde dat de beantwoording geen besluit in de zin van de Awb was en dat een proceskostenveroordeling niet op zijn plaats was omdat appellant mondelinge beantwoording was aangeboden.
De Afdeling oordeelde dat het beantwoorden van vragen geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en dat daarmee geen tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb had plaatsgevonden. Ook waren de gemaakte kosten voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen op de zitting niet voor vergoeding vatbaar. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen besluit is genomen en geen tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb heeft plaatsgevonden.