ECLI:NL:RVS:2025:2188
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens niet voldoen aan huisvestingscriteria
Appellant, woonachtig in Maastricht, vroeg in 2022 een urgentieverklaring aan bij het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal om dichter bij zijn kinderen te kunnen wonen. Na een echtscheiding woont zijn ex-partner met de drie minderjarige kinderen in Wageningen, waardoor de reistijd voor de omgangsregeling zwaar weegt. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de algemene criteria van artikel 19 van Pro de Huisvestingsverordening Veenendaal 2020, waaronder het vereiste van minimaal één jaar aaneengesloten inschrijving binnen de urgentieregio en het ontbreken van zelfstandige woonruimte binnen die regio.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens ongegrond. In hoger beroep bij de Raad van State voerde appellant voornamelijk dezelfde gronden aan, zonder nieuwe argumenten die het oordeel van de rechtbank konden weerleggen.
De Raad van State oordeelt dat het college terecht heeft vastgesteld dat appellant niet voldoet aan de algemene criteria voor urgentie en dat er geen acute woonnoodsituatie is. Ook is de hardheidsclausule niet van toepassing omdat de situatie geen acute of levensbedreigende nood betreft en de regeling bedoeld is voor huisvestingsproblemen, niet voor gezinsproblematiek. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.