ECLI:NL:RVS:2025:2195
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning pluimveehouderij ondanks milieuoverwegingen
Het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen verleende op 1 maart 2022 een omgevingsvergunning beperkte milieutoets aan een vergunninghoudster voor het oprichten van een pluimveehouderij met 40.000 legkippen op een perceel waar voorheen een varkenshouderij was gevestigd. De aanvraag was ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor de oude Wabo-regelgeving van toepassing bleef.
Een omwonende, appellante, maakte bezwaar tegen het besluit en voerde aan dat de wijziging aanzienlijke nadelige milieugevolgen zou veroorzaken, met name door een toename van vrachtwagenbewegingen en geluidshinder van ventilatoren en warmtewisselaars. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vergunning.
In hoger beroep betoogde appellante dat een milieueffectrapportage (m.e.r.) noodzakelijk was vanwege de omvang van de wijziging en de milieugevolgen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld dat geen m.e.r. vereist was en dat de aangevoerde bezwaren onvoldoende aanleiding gaven om dit oordeel te wijzigen.
De Afdeling bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd bepaald dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft van kracht.