ECLI:NL:RVS:2025:2200
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en bevestiging uitspraak vergunning kamerbewoning Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 3 mei 2021 een vergunning voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen aan de vergunninghouder. Deze vergunning legaliseerde een bestaande situatie. Een buurtbewoner, appellant sub 2, maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege vermeende negatieve invloed op de buurt. De rechtbank vernietigde het collegebesluit en wees de vergunningaanvraag af, waarna het college en appellant sub 2 hoger beroep instelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college beoordelingsruimte heeft bij het bepalen of kamerbewoning een positieve invloed heeft op het woonmilieu en de leefbaarheid. Het college heeft het vrijwilligerswerk van huurders in de huurovereenkomst voldoende geborgd, en het legaliseren van een bestaande situatie en het ontbreken van recente overlast wegen mee. De rechtbank mocht echter niet zelf in de zaak voorzien door de vergunningaanvraag af te wijzen.
De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin de rechtbank zelf de vergunningaanvraag afwees, bevestigt de rest van de uitspraak en draagt het college op binnen 8 weken een nieuw besluit te nemen. Tevens is vastgesteld dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college en het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2 zijn gegrond verklaard; het deel van de uitspraak waarin de rechtbank zelf de vergunningaanvraag afwees is vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.