ECLI:NL:RVS:2025:222
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 14 augustus 2024 niet in behandeling is genomen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 december 2024 ongegrond heeft verklaard.
De vreemdeling is vervolgens in hoger beroep gegaan en heeft tegelijkertijd een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend om te voorkomen dat hij wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd.
Gezien de belangen van zowel de minister als de vreemdeling heeft de voorzieningenrechter besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is afgewezen en de minister is niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat niet aannemelijk is dat het hoger beroep zal slagen.