ECLI:NL:RVS:2025:2239
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens overschrijding wettelijke termijn in bewaringstelling
Appellant werd bij besluit van 7 maart 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze bewaring op 28 maart 2025 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zeven dagen na sluiting van het onderzoek uitspraak had gedaan. De rechtbank gaf aan dat een administratieve storing de vertraging veroorzaakte, maar dit werd door de Raad van State niet als een bijzondere omstandigheid erkend die de termijnoverschrijding rechtvaardigt.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. Appellant kreeg een schadevergoeding toegekend over de periode van de onrechtmatige bewaring, en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens overschrijding van de wettelijke termijn en appellant krijgt een schadevergoeding toegekend.