ECLI:NL:RVS:2025:224
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie wees op 5 november 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 december 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat deze op goede gronden was gebaseerd.
Het hogerberoepschrift bevatte geen relevante vragen voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat geen nadere motivering nodig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen; de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.