ECLI:NL:RVS:2025:2256
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens strafrechtelijke vervolging buitenechtelijk kind in Marokko
Appellant, een alleenstaande moeder uit Marokko met drie minderjarige kinderen, diende een asielaanvraag in uit vrees voor strafrechtelijke vervolging in Marokko wegens het hebben van een buitenechtelijk kind. De staatssecretaris wees de aanvraag af, stellende dat Marokko een veilig land van herkomst is en appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij vervolgd zou worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. In hoger beroep overwoog de Afdeling dat appellant concrete en individuele aanwijzingen had aangevoerd waaruit blijkt dat strafrechtelijke vervolging wegens buitenechtelijke seks in Marokko frequent voorkomt en dat de autoriteiten in haar geval actief zullen optreden, mede doordat zij officiële documenten voor haar kind moet aanvragen.
Verder bleek uit ingediende rapporten en e-mails dat de Marokkaanse autoriteiten de wettelijke bewijsmiddelen ruim interpreteren en dat het kind als bekentenis wordt gezien. Ook is strafvervolging mogelijk voor feiten gepleegd buiten Marokko. De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval vergoeding van proceskosten. De minister moet een nieuw besluit nemen, waarbij de belangen van de minderjarige kinderen betrokken moeten worden.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met het strafrechtelijk vervolgingsrisico.