ECLI:NL:RVS:2025:2285
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van onherroepelijke omgevingsvergunning voor woningwijziging in Veenendaal
Het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal verleende op 24 maart 2023 een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een nieuwbouwwoning op een perceel in Veenendaal. Deze vergunning volgde op een eerdere vergunning voor het bouwen van de woning, die onherroepelijk was geworden. Een omwonende, appellante, maakte bezwaar tegen de wijzigingsvergunning en startte een beroepsprocedure bij de rechtbank, die haar beroep ongegrond verklaarde.
De appellante stelde in hoger beroep dat het college onrechtmatig handelde, onder meer door onvoldoende handhaving en door niet te voldoen aan regels omtrent de eigendomsoverdracht van het perceel. Ook voerde zij aan dat het college haar zou treiteren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze bezwaren niet binnen het wettelijke toetsingskader van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo vallen, dat bepaalt dat het college alleen moet toetsen op specifieke weigeringsgronden.
Verder werd vastgesteld dat de vergunninghouder belanghebbende is bij de procedure, omdat hij eigenaar is van het perceel en de vergunning heeft aangevraagd. Nieuwe beroepsgronden die in hoger beroep werden aangevoerd, werden niet inhoudelijk behandeld omdat deze niet eerder waren ingebracht en geen uitzondering op de regel rechtvaardigden.
De Afdeling concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan de appellante, omdat geen sprake was van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de omwonende wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor woningwijziging blijft van kracht.