ECLI:NL:RVS:2025:23
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J. Schipper-Spanninga
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen voormalig patroon door deken
Appellant verzocht de deken om handhavend op te treden tegen zijn voormalig patroon wegens vermeende overtredingen van de Verordening op de advocatuur. De deken wees dit verzoek af omdat geen bestuursrechtelijke overtreding was vastgesteld. Deze afwijzing werd in bezwaar en door de rechtbank bevestigd.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet behoorlijk was uitgenodigd voor de zitting, dat het wrakingsverzoek ten onrechte was afgewezen en dat het onderzoek van de deken onvoldoende was. De Raad van State verwierp deze bezwaren, onder meer omdat er geen schending van het recht op een eerlijk proces was, het wrakingsverzoek niet in hoger beroep beoordeeld kan worden en het onderzoek van de deken als voldoende werd beschouwd.
De Raad van State constateerde tevens dat appellant meerdere procedures voerde die niet slaagden, vaak niet op zittingen verscheen en vele wrakingsverzoeken indiende, wat een onnodige belasting van de rechtspleging vormt. De Afdeling waarschuwt dat bij toekomstige procedures zal worden beoordeeld of sprake is van misbruik van recht.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De deken hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.