ECLI:NL:RVS:2025:2316
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake inzagerecht persoonsgegevens in Fraudesignaleringsvoorziening
Deze zaak betreft het verzoek van appellant om inzage in zijn persoonsgegevens in de Fraudesignaleringsvoorziening (FSV). De minister van Financiën weigerde aanvankelijk inzage te geven, met verwijzing naar uitzonderingen in de AVG en de Uitvoeringswet AVG. Na bezwaar gaf de minister gedeeltelijke inzage, maar weigerde de naam van de opvragende instantie te verstrekken.
De rechtbank oordeelde dat bepaalde gegevens, waaronder de naam van de opvragende instantie en de ambtenaar, geen persoonsgegevens zijn en dat de minister voldoende inzage had gegeven. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de naam van de opvragende instantie niet als ontvanger in de zin van de AVG beschouwde.
De Afdeling bestuursrechtspraak nam kennis van de geheime stukken en oordeelde dat de opvragende instantie niet beschikte over een wettelijke grondslag voor het ontvangen van persoonsgegevens, waardoor deze wel als ontvanger in de zin van de AVG moet worden beschouwd. De minister moet daarom alsnog een besluit nemen over het verzoek tot verstrekking van de naam van de opvragende instantie. Het hoger beroep is gegrond verklaard, het eerdere vonnis vernietigd, en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De minister moet een nieuw besluit nemen over het verzoek tot inzage in de naam van de opvragende instantie in de Fraudesignaleringsvoorziening.