ECLI:NL:RVS:2025:2333
Raad van State
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak inzake rectificatie basisregistratie personen
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 21 mei 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van een verzoeker om herziening van de uitspraak van 29 maart 2023. Deze eerdere uitspraak had het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht gegrond verklaard tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland.
De verzoeker stelde dat de Afdeling bij de beoordeling van het hoger beroep de door hem gestelde schending van grondrechten niet had meegenomen, dat de overwegingen niet juridisch waren onderbouwd en dat de Afdeling was afgedwaald van de beoordeling van zijn oorspronkelijke verzoek tot rectificatie van gegevens in de basisregistratie personen. Tevens voerde hij aan dat de procedure waarmee het college de Wet basisregistratie personen tracht uit te voeren in strijd is met de wet.
De Afdeling oordeelde dat deze aangevoerde punten geen feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen volgens artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek om herziening is dan ook afgewezen omdat het feitelijk neerkomt op het opnieuw aan de orde stellen van het geschil, waarvoor de herzieningsprocedure niet bedoeld is.
Het college van burgemeester en wethouders hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, met mr. A. Kuijer als lid en mr. F.B. van der Maesen de Sombreff als griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak van 29 maart 2023 wordt afgewezen.