ECLI:NL:RVS:2025:2336
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M. Soffers
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen splitsingsvergunning Amsterdam
Appellante huurt sinds 2010 een woning in Amsterdam en maakte bezwaar tegen een splitsingsvergunning die aan verhuurder Varia Vastgoed B.V. was verleend. De vergunning maakt het mogelijk het pand te splitsen in zeven zelfstandige woonruimten. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de splitsing geen invloed heeft op de woonsituatie van appellante.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en oordeelde dat appellante geen belanghebbende is. In hoger beroep betoogde appellante dat zij door de vergunning wel degelijk in haar woonsituatie wordt geraakt, onder meer door kwaliteitseisen, verbouwing en financiële gevolgen. Ook stelde zij dat haar recht op een eerlijk proces was geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellante geen belanghebbende is omdat de splitsingsvergunning geen feitelijke gevolgen voor haar woonrecht heeft. De verbouwing en gevolgen daarvan zijn terug te voeren op een eerdere omgevingsvergunning uit 2018. Ook is het niet-naleven van de Gedragscode Splitsen geen dwingende weigeringsgrond. Het betoog over procesorde faalt omdat geen benadeling is aangetoond.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.