ECLI:NL:RVS:2025:2369
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring door minister van Asiel en Migratie
Appellant is bij besluit van 8 april 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 april 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift eindigde op 2 mei 2025, maar het hogerberoepschrift werd daarna ingediend. Appellant maakte geen gebruik van de mogelijkheid om redenen aan te voeren voor de late indiening.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is en dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 22 mei 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het hogerberoepschrift.