ECLI:NL:RVS:2025:2373
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen intrekking verblijfsvergunning regulier
Appellant heeft tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd werd ingetrokken en een aanvraag tot wijziging van de beperking werd afgewezen, bezwaar gemaakt. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, welke het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep heeft appellant echter niet toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor de Afdeling geen inhoudelijk oordeel kon geven. Tevens werd een verzoek om een aanvullende termijn voor het indienen van grieven afgewezen vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 23 mei 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van inhoudelijke grieven.