ECLI:NL:RVS:2025:2375

Raad van State

Datum uitspraak
26 mei 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
202502621/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet tijdig besluit asielaanvraag

Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van het besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.

Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij tot de beslissing in hoger beroep als houder van de gevraagde verblijfsvergunning zou worden beschouwd.

De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de aangevoerde argumenten en de onvoorziene gevolgen van de gevraagde voorziening, geen voorlopige voorziening getroffen kon worden. Het verzoek werd daarom afgewezen en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; verzoeker wordt niet als houder van de verblijfsvergunning aangemerkt.

Uitspraak

202502621/2/V1.
Datum uitspraak: 26 mei 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-­Hertogenbosch, van 10 april 2025 in zaak nr. NL25.13418 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Bij uitspraak van 10 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, de minister opgedragen om binnen twee weken na de bekendmaking van de uitspraak een besluit te nemen op de asielaanvraag van verzoeker en bepaald dat zij aan verzoeker een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag dat zij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat zij tot het moment waarop de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist, dan wel het moment waarop zij haar hoger beroep intrekt, wordt aangemerkt als ware zij in het bezit van de door haar gevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
2.       Gelet op wat is aangevoerd en de onvoorziene gevolgen van de gevraagde voorziening, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Pronk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2025
1028